#6 Naar de hel met Chanel

Ik heb veel kleren. Toegegeven, ik heb gigantisch veel kleren. Als mensen de kamer binnenlopen waar deze zijn uitgestald, dan zeggen ze: ‘Oh!’ en ‘Ah!’ en ‘Dit lijkt wel een winkel!’. Dat is niet helemaal overdreven, al moeten ze beseffen dat een groot deel gekocht is in tweedehandszaken. Dat komt omdat die zaken doorgaans goedkoper zijn dan gewone winkels en omdat je daar kledingstukken vindt die niet iedereen draagt. Dat laatste is meestal ook het geval met hele dure kleren. Ik koop ze niet vaak, omdat ik het zonde vind dat ik voor hetzelfde geld een veelvoud in een andere winkel kan kopen. Dat adagium bleek onhoudbaar. Het afscheid ervan begon op de dag dat ik mijn diploma zou krijgen. In Nederland zijn diploma-uitreikingen fantastische evenementen met acts en speeches en heel veel theater. Zeker als je een diploma krijgt van een toneelschool. Mijn toenmalige Nederlandse vriend wilde deze heuglijke dag vieren met een cadeau. Hij gaf me een dure Ray-Ban zonnebril met de woorden: ‘Ik heb een willekeurige bril uit het rek genomen, liefje, kies zelf maar een bril als je terug in Antwerpen bent.’ Terug in Antwerpen ga ik dus naar die ene dure brillenwinkel in die ene straat waar heel veel dure winkels zijn. Het is een waar brillenparadijs. Buiten de willekeurige en oversizede bril die ik kreeg, hebben ze nog heel veel andere – mooiere – en ook duurdere exemplaren. Ik pas ze allemaal. Uiteindelijk valt mijn oog op een appelblauwzeegroene bril van Chanel. Het voordeel is dat hij me uitstekend staat. Het nadeel is dat deze bril meer dan het dubbele kost van de bril die ik cadeau heb gekregen. Ik beslis impulsief om de dure Chanelbril te kopen. Ik had in het verleden nooit meer dan 10€ voor een zonnebril neergeteld. Mijn duurste kledingstuk zou vanaf nu een Chanelbril zijn. Al mijn vrienden vinden de bril mooi. Ik kom niemand tegen met dezelfde bril. Na een jaar vind ik de bril nog steeds geweldig. De bril is zo apart dat hij uitstijgt boven alle modegrillen. Dat is mooi meegenomen als je €270 hebt neergeteld. Tot op de fatale dag. Het ging mis met de dure zonnebril. Het oor brak af. Niet het oor zelf, maar het fragiele, kleine metalen schroefje waarmee het oor aan de bril vast zit. Nu denk je met zo’n dure bril, zal er wel een Chanelgarantie bestaan, of toch op z’n minst een Chanelservice. Met al mijn moed en de kapotte bril ga ik terug naar de dure brillenwinkel in die ene straat. Krijg ik te horen dat ik de helft van de brilprijs mag neertellen voor een herstelling. Ik knipper even met de ogen. Doe alsof ik niets hoor. Loop door de brillenwinkel. Pas achteloos een paar nieuwe monturen en loop terug naar de winkelbediende. Hij herhaalt de boodschap. Chanel schenkt geen service. Geen garantie. Ik heb heel veel zin om dingen kapot te maken. Brillen door de winkel te gooien en ze brullend te vertrappelen. De duurste eerst. Ik weet inmiddels waar de duurste brillen zich bevinden en ik weet exact hoeveel ze kosten. Ik besef dat agressie niets oplost. Ik zie de inmiddels angstige winkelbediende van achter zijn protserige montuur hetzelfde denken, dus ik houd me in.  Ik adem rustig in en uit, zet mijn H&M bril op, stap op mijn fiets en rijd weg. Naar mijn eigen tweedehandsparadijs. En ‘no-go area’ voor Chanel vanaf nu.

2 reacties

Opgeslagen onder ELLE Columns

#5 In ♥

Ook jij bent zestien geweest. Je stond aan de rand van de dansvloer, te wachten tot die ene jongen je kwam halen voor een slow. Om dan onhandig schuifelend zijn lippen de jouwe te voelen zoeken. En vervolgens – tot schaamte van alle omstaanders – minutenlang te tongzoenen. En maar draaien. Als je zestien bent, mag dat. Als je zestien bent, hoef je je niet te schamen voor openlijke verliefdheid. Hoe ouder je wordt, hoe meer de liefde achter gesloten deuren moet beleefd worden. En laat ons daar in godsnaam blij om zijn. Verliefde mensen zijn irritant. Verliefde mensen zijn ziek. Verliefde mensen zijn egoïstisch, ze zijn blind, ze vertonen abnormaal gedrag, ze zijn onredelijk en je kan niet op hen rekenen. Laat staan dat je er een gesprek mee kan voeren. Ofwel zijn ze afwezig en luisteren ze niet naar je, ofwel betrekken ze alles wat je zegt op hun geliefde. Te midden van jouw klaagzang over je doodzieke moeder, steken ze een verhaal af over hoe hij dit of dat zei en je daar en ginder streelde. Tot overmaat van ramp zijn ze niet langer in staat goede raad te geven of wimpelen ze elk verzoek om leuke avonden met je door te brengen af. Al hun tijd is plotseling opgeslorpt door die ene Ideale Man. Jij weet nu al dat de droomwolk weldra uit elkaar zal spatten, want zoveel romantiek is zelfs in een melige Hollywoodfilm ongeloofwaardig. Toegegeven, hij is niet weinig aantrekkelijk of oninteressant. Maar de perfectie zelve waarvoor jouw beste vriendin hem verslijt, is hij hoegenaamd niet. Terwijl jij eenzaam door je huis dwaalt, valt je oog regelmatig op de telefoon. Hij kan elk moment beginnen rinkelen. De huilende vriendin met gebroken hart aan de andere kant van de lijn. Dat het zal gebeuren, staat vast. De vraag is alleen wanneer. Na een dag lang klusjes organiseren in de buurt van de telefoon, begin je te twijfelen aan de zekerheid van je vermoedens. De liefdesbubbel is nog steeds niet gesprongen. Jouw leven daarentegen, is nog steeds even saai en eenzaam. Je besluit het roer drastisch om te gooien. Alles is maakbaar. Ook jouw geluk. Je begint je huis te reorganiseren, nieuwe kleren te ontdekken in je kleerkast en je besluit eindelijk de stapel ‘nog uit te voeren ideeën’ aan te roeren. Je bent productief. Je zal de wereld eens laten zien wat je allemaal in je mars hebt. Terloops merk je dat je minstens elke vijf minuten de telefoon checkt en op de refresh-button van Facebook drukt. Waarom belt ze niet? Ook al is het om te zeggen dat alles fantastisch is? Dat hij de man van haar leven is? Dat ze overloopt van geluk en jou hetzelfde toewenst? Je baalt. Je begint te eten. Chocoladetaart en zebrakoekjes en Borstbollen. Plots wenste je dat je oma nog leefde zodat je haar een bezoekje kon brengen en je hele leven voor haar op tafel kon leggen. Dat vond ze leuk. Zo lang er maar iemand aan het woord was, was ze tevreden. (Of ze daadwerkelijk luisterde naar je klaagzang, heb je nooit zeker geweten.) Je begint door je adressenlijst te scrollen, op zoek naar andere mensen die aanspraak kunnen maken op de status ‘beste vriendin’. Niemand voldoet aan alle criteria. Je baalt nog meer. Bovendien is al het eten op en durf je niet naar de winkel, uit angst net dat ene, verlossende telefoontje te mislopen. Je hebt de moed niet om haar zelf te bellen. De vrees voor de directe afwijzing is te groot. Luttele seconden na je besluit om haar een mail te sturen, hoor je het signaal van een binnenkomende mail. “Lieve vriendin, sorry voor mijn afwezigheid. Ik wist niet dat het mogelijk was, maar ik ben in de hoogste sferen der verliefdheid. Hij is alles. Hij is meer dan dat. Ik kan het nauwelijks beschrijven, dus zal ik het vooral beleven. Als ik er klaar voor ben, vertel ik je alles. Zie je snel. Kus, Kim.”

3 reacties

Opgeslagen onder ELLE Columns

#4 Tom Waits Forever

Ik ken veel mannen. Eén ervan is Tom Waits. Mijn eerste liefde kwam ermee aanzetten. Hij nam Tom mee tussen de lakens. We waren 18. Hij studeerde Russisch en aanbad de zanger met het krassende, brommende stemgeluid. Ik sputterde tegen, maar het had geen zin, het was mét Tom of het was niet. Ik gaf me over aan de liefde en aan Mister Waits. ‘Closing Time’ stond gelijk aan nachtenlang plezier en dankzij de repeatknop kwam er nooit een eind. Althans, dat dacht ik. Hij ging weg. Het verzamelde werk van Dostojewski onder de arm. Hij wilde leven zoals Tom. Hij zocht rokerige bars, liters whisky, ontstuimige vrouwen en miljoenen zelfgerolde sigaretten. Hij zocht onophoudelijk nachtelijk vertier in een eeuwige roes. Ik stond met open mond naar de deur te staren die hij achter zich had dichtgetrokken. Ik geloofde nauwelijks dat hij dat zojuist had gedaan. Ik draaide me om. Ik zag Tom. Zwijgend was hij in een hoekje achtergebleven. Ik wilde hem nog snel oprapen en achter de gevluchte man aangooien, maar Tom hield me tegen. Hij raakte m’n schouder aan en knikte instemmend. ‘Het is goed zo’, zei hij. Ik begreep hem niet. Hoe kon hij nu in mijn meisjesroze huis en mijn banale leven blijven? Hij moest dáár zijn. Dáár, in die bars met die rook en die vrouwen. ‘Niks van’, zei Tom, ‘been there, done that. Ik blijf hier bij jou. Samen gaan we het leuk maken.’ Ik werd bang. Ik had wel eens een documentaire van een rock-’n-roll-legende op de tv gezien. Het wilde leven dat deze mensen achterna holden, leek geen greintje op het mijne. Ik wist niet welke voet eerst te verplaatsen. Elke beweging werd minutieus gevolgd door Toms priemende ogen. Ik kon niets anders denken dan dat ik het niet goed deed. Het was te saai, te flauw, te burgerlijk en te weinig stoer. Mijn leven had niks dat geurde naar rock-‘n-roll. Ik kon m’n kleren af en toe wel eens uitdoen, maar ik kon me niet voorstellen dat het genoeg was. Toch bleef Tom. Hij riep vroegere nachten op in zijn fantasie. Maakte liedjes over wat voorbij was. Rookte een sigaar bij de haard en murmelde wat over godverdomse voorbije dagen en over dat hij mij liefhad en zo. We werden gezellen. Het werd gezellig. Samen keken we vanuit onze knusse huiskamer naar de heen en weer vliegende pannen van de buren. Inboedels die ramen uit werden gegooid. Televisie en stereoketen vlogen achterna. Boven op de puinberg stak een gebroken gitaar. Geen enkele snaar was nog heel. Heavy. ‘Veel muziek zou daar ook niet meer uitkomen’, schatte Tom. Ik lachte, taxeerde. Ik dacht aan Martha, aan Rosie aan de Ice Cream Man. Ik besefte dat Frank’s Wild Years voorbij waren en vroeg me af hoe het de student Russisch was vergaan. Ik vroeg me af of hij inmiddels een gedreadlockte of getatoeëerde griet in zijn sofa had weten te slepen. Of hij een spannend leven had gehad. Hij zou nu kunstenaar of schrijver zijn en met het verdiende geld en een volkswagenbusje heel de euraziatische grens aftuffen, hippiegewijs. Af en toe zou hij Olga of Nastassja bij een grensovergang inruilen voor een ander exemplaar. Steeds nieuwe mensen, steeds andere plaatsen. Een rollende steen die nergens tot rust komen kan. Een steen die zijn weg baant door de levensrivier. En als alle scherpe randjes er van afgesleten zijn, sterft in de schoot van de nooit aflatende stroom. Net te vroeg om de grote, onpeilbare oceaan in te glijden. ‘Dat heb je mooi gezegd’, mompelde Tom. ‘In the end, we’re all gonna be just dirt in the ground.’

3 reacties

Opgeslagen onder ELLE Columns

#3 Mijn geheim

Ik vind geheimen fascinerend. De mensen die ze bewaren nog meer. Ze halen de roddeljournalist in mij naar boven. Of liever, de chirurg, met een wens om mensen open te snijden en het geheim er vakkundig uit te trekken. Ikzelf heb weinig geheimen. Als  kleuter van vijf verzon ik mijn eerste leugen. Ik had mijn spaarvarken kapotgegooid om mijn kleuterjuf te helpen. Er was een brand geweest in haar familie, waardoor ze nu veel geld nodig hadden om het vergruisde hebben en houden weer op te bouwen. Als klein en naïef kind dacht ik dat mijn opgespaarde 200 frank het verschil kon maken. De juffrouw was ontroerd door mijn actie, maar verzocht me toch de centjes terug mee naar huis te nemen. Aldus werd een goede daad in de kiem gesmoord. Natuurlijk hadden mijn ouders me daarvoor gewaarschuwd. Maar mijn kinderego kon deze afgang niet verkroppen. Ik verstopte de 200 frank in het jaszakje van kleine Ine, drie jaar. En omdat maar weinig ouders het normaal vinden dat hun peuter van drie met 200 frank thuis komt, mislukte mijn poging om de nederlaag stiekem weg te werken. Huilend biechtte ik alles op aan mijn vader. Zowel mijn ego als het vertrouwen van mijn ouders hadden een deuk gekregen. Een bittere pil om te slikken als je vijf bent. Sindsdien heb ik het moeilijk met geheimen, klein en groot. Dagboeken die ik bijhield sinds de dag dat ik leerde schrijven, zijn een ware belevenis om nu, jaren later, terug te lezen. Zogenaamd geheime zaken werden daar in een zodanig minutieus geconstrueerde codetaal neergeschreven, dat degene die door alle poorten van geheimzinnigdoenerij én het hangslot heen zou breken het zich alsnog zou beklagen. Geen enkel geheim mocht zich aan de nieuwsgierige openbaren. Big brother is watching you – dat wist ik al op mijn zevende. Een paar gebroken harten, een pony, een paard en wat jeugdpuistjes later ben ik groot. Ik wil theater gaan maken. Ik wil acteren. Ik wil een nieuwe wereld creëren. Mensen verrassen en verwonderen met wat ik bedacht heb. Ik moet daarvoor in mijn blootje op de scène gaan staan. Mensen Die Het Kunnen Weten – aka docenten – kijken wat en geven ongezouten hun mening. Vragen of ik eigenlijk geen problemen heb. Of ik geen diepbewaarde geheimen heb. Diep in mijn diepste zelf. Ik roep hard ‘Nee!’ en loop weg. Op een verlaten bospaadje drentel ik van links naar rechts. Schop een steentje weg. Denk aan Ine, drie jaar. Denk aan de 200 Belgische frank. Betalen met Belgisch geld… dat kun je je nu toch niet meer voorstellen… Ik dwaal af. Probeer mijn gedachten terug mijn geheimenkloof in te lokken. Het is een muffig grotje geworden met bestofte stalactieten. Ergens in een diepe plas in die grot ligt nog wel iets dat lijkt op een geheim. Maar het is er zo vies geworden dat ik het niet langer oprapen wil. Ik heb ook helemaal geen zin om die vuiligheid naar boven te halen en te openbaren aan Mensen Met Meningen Over Mijn Ontwikkeling En Functioneren In De Opleiding. Het is blijkbaar goed te worstelen met één en ander. Het is blijkbaar nog beter als je er niet of moeilijk over kan praten. Mensen Met Meningen houden van mysterie. Ze willen naar je kijken, maar niet weten wat er in je omgaat. Ze willen dat je een geheim voor ze hebt. Ik twijfel of ze iets hebben aan kleine Ine en het spaarvarkenverhaal. Ik denk van niet. ‘Maak van je zwakke plek je sterkste punt’, zei iemand me ooit. Ik bewaar dat geheim nog steeds als mijn grootste troef en bedenk dat een aantal details best nog wat heroïscher kunnen. Wat je niet hebt, kun je zelf maken. En zo gaat kleine Ine ook na mijn opleiding nog altijd met me mee. Soms heet ze trouwens Nina. Of Mark. Al naargelang het geheim dat ik in de wazige plassen van mijn grot zie opborrelen – of wil zien opborrelen, als vrijwillige fantasma’s.

5 reacties

Opgeslagen onder ELLE Columns

#2 Jan Mulder kan mij krijgen

Jan Mulder is een man. Hij is 64 jaar. Hij was tot zijn dertigste profvoetballer. Hij zag zijn carrière plots beëindigd door een knieblessure. Hij werd columnist, schrijver en voetbalcommentator. Ik ken niet zoveel vrouwen die van voetbal houden. Ik ken ook niet veel vrouwen die precies kunnen uitleggen wat buitenspel betekent. Over smaken valt niet te twisten en over liefde voor voetbal al zeker niet. Maar buitenspel begrijpen, is duizend keer gemakkelijker dan een overhemd strijken. Toen ik tien jaar was, wilde ik voetballer worden. Ik was wat men noemt een jongensachtig meisje. Ik hield van bomenklimmen, survivaltochten en van voetbal. Buitengewoon goed was ik niet, maar ik begreep het spel. Nu ik er over nadenk, kreeg ik zelden een pass wanneer ik in een strategische positie voor de goal stond. Oh mijn God, misschien werd ik gewoon aanzien als de rennende cheerleader van ons – enkel uit jongens bestaande – klasploegje. In elk geval werd ik wild van termen als ‘aangespeelde bal!’ en ‘libero’. Toen mijn moeder en ik erachter kwamen dat in de plaatselijke Zevendonkse voetbalploeg Hand in Hand meisjes maar welkom waren tot hun twaalfde, besloot ik mijn voetbalcarrière op te bergen. Het heeft immers geen zin om je carrière op een hoogtepunt af te moeten breken. Jan Mulder weet daar alles van. Jan Mulder en ik delen de liefde voor voetbal. We delen ook de liefde voor humor. Samen houden we van kritiek geven. Mix al deze liefdes tot een smoothie, giet deze in Jan Mulder, en hij is op zijn best. Als een gedreven spits tackelt hij onzin en leugens, dribbelt behendig voorbij wansmaak en drukdoenerij, doet een één-tweetje met verontwaardiging en ontzetting en kopt tenslotte de absolute waarheid in de linkerbovenhoek. Die zit. Ik spring recht van het puntje van mijn stoel en juich. “’t Is stiil aan de overkant, ’t is stiiil aan de overkant.” Dat, of meegiechelen met ‘De Wereld Draait Door’-presentator Matthijs van Nieuwkerk. “Die Jan is me er eentje”, zie ik hem denken. Dat die Jan me er eentje is, kan ik niet ontkennen. Ik kom veel mannen tegen, maar slechts zelden kan zo’n exemplaar me van m’n sokken blazen met een krachtige oneliner. Mannen met ballen, maken ze die nog? Mannen met een mening: “Hallo?” Ik ben niet het type vrouw dat valt op oudere mannen. De mannen die mijn verbeelding zo nu en dan binnendringen, hebben zeer uiteenlopende leeftijden. Wat ze doorgaans gemeen hebben, is een sterke persoonlijkheid en een mening. Ik vind het fijn om met de man die eventueel de vader van mijn kinderen wordt, te praten. Praten over zaken van geen of van groot belang. Van mening te verschillen, te discussiëren, argumenten te zoeken om elkaar te overtuigen, en elkaar in die steeds wisselende balans in evenwicht te brengen. Dit evenwicht met stomende seks te bezegelen. Tegenwoordig bezoeken nog weinig mannen mijn dromen. Ze zijn te slap, te vrouwelijk, te oninteressant, te saai, te dom. Kortweg: ze hebben geen kloten. Bij puur gebrek aan boeiende mannen met een aanvaardbare leeftijd om de vader van mijn kinderen te worden, moet ik mijn verbeelding vullen met mannen die mijn vader kunnen zijn. Jan Mulder bijvoorbeeld. Nu ben ik ruimdenkend genoeg om mij te kunnen voorstellen dat Jan Mulder mijn partner is, maar het idee van kinderen kan ik dan samen met mijn voetbalcarrière opbergen. En dan heb je Jan Mulder, maar geen toekomst. Dat is raar. Jan Mulder, houdt u van theater? Eet u graag? Misschien kunnen we eens een uitje doen. En wat praten. Misschien heeft u wel een leuke zoon.

Geef een reactie

Opgeslagen onder ELLE Columns

#1 Diverse feiten

Ik ben Kim. Ik kan niet stoppen met lezen en ook niet met schrijven. Als ik onderweg ben met de auto, de trein, te voet of met de fiets, heb ik alles en iedereen gezien. Afhankelijk van de snelheid zie ik meer of minder. Mijn moeder kijkt alleen naar voortuintjes als ze onderweg is. Ik kijk naar alles. Soms ontstaan zo gevaarlijke situaties. Ik reed eens in de staart van een file omdat ik de inhoud van een nieuwe lingeriewinkel wilde uitchecken. Ik ben rustig en soms chaotisch. Ik heb een piano gekocht, maar kan er niet op spelen. Daarom download ik partituren van het internet van liedjes die ik ken. Zo kan ik ze proberen te spelen op mijn nieuwe piano en controleren of ik juist speel. Ik hou van controle. Als ik nieuwe schoenen heb gekocht, controleer ik elke dag of ze al veranderd zijn. Daarom koop ik uitsluitend schoenen van echt leder. Leder is mooi en zeker als het verandert. Heel oud leder is het mooiste van al. Dat vertelt verhalen van waar het overal is geweest in welk weer en in welke wind. Ik drink koffie van het merk Kimbo. Ik vind dat mijn naam me daartoe verplicht. Het liefst drink ik macchiato. Veel mensen weten niet wat dat is. Dat is raar, want het is de lekkerste koffie die er bestaat. Als gewone mensen niet weten wat macchiato is, vind ik dat niet erg. Maar als ik in een restaurant met enige aanzien kom, en ze weten daar niet wat macchiato is, dan wind ik me op. Ik kan me over veel zaken opwinden. Ik heb de indruk dat het niet zo oké is voor een vrouw om zich over veel zaken op te winden. Toch doe ik het, want het is sterker dan mezelf en bovendien kom ik nogal wat dingen tegen die ergerlijk zijn. Ik kan er nu meteen een hele boel opsommen, maar dan krijgt deze tekst zo’n negatieve toon. De opdracht was namelijk ‘een luchtige, opgewekte tekst’. Ik kan niet beloven dat deze tekst altijd luchtig en opgewekt zal zijn. Ik ben dat namelijk zelf ook niet altijd. Luchtig. Opgewekt. Soms ben ik somber en eenzaam. Dat is niet erg. Dat is menselijk. Ik woon alleen. In een appartement. In Antwerpen. Mijn leven is niet zo boeiend. Ik ben actrice. Maar dat ben ik niet heel de tijd. De rest van de tijd speel ik piano of lees of schrijf ik. En daarna drink ik een macchiato. Daar is bijna alles mee gezegd. Ik beloof dat als er andere (boeiende) dingen in mijn leven gebeuren, ik ze hier zal opschrijven. Ik heb ook geen lief. Ik schrijf ‘ook’, omdat ik denk dat ik daar niet alleen in ben. Volgens mij hebben veel mensen geen lief. Ook al beweren ze het tegendeel. Ik ben daar eerlijk in. Ik heb geen lief en vind dat niet erg. Op dit moment althans niet. Op sommige andere momenten vind ik dat zeer erg. En dan voel ik me eenzaam en depressief. Op dit moment voel ik me goed. Ik heb vanmorgen een krant gekocht en heb zelfgemaakte courgettesoep gegeten. Nu zit ik te schrijven met een macchiato naast me. Ik ben goed bezig, vind ik. Vanavond ga ik naar een feest waar veel acteurs en regisseurs zullen zijn. Ik heb pas mijn haarkleur veranderd van rood naar bruin en ik verwacht dat veel gesprekken daarover zullen gaan. Acteur zijn is niet altijd een boeiend beroep. Acteurs zijn ook niet altijd zulke boeiende mensen. En dat is geen kritiek op anderen, want ik geef op die manier in de eerste plaats kritiek op mezelf. Ik lees veel kranten en tijdschriften om de indruk te wekken dat ik op de hoogte ben van veel belangrijke ontwikkelingen in de wereld. Jammer genoeg onthoud ik vooral onbelangrijke bijzaken. Dat ooit een Taiwanese man iemand heeft vermoord toen hij zelfmoord wilde plegen. Hij viel op een auto waar iemand in zat. De vrouw in de auto was dood en de man die van het gebouw sprong leefde nog. Dat is een gruwelijk verhaal. Vandaag las ik dat een baby zwanger was van haar zusje. Ik bedoel daarmee dat het zusje in haar buik verder groeide. Dat is ook heel apart. Zeker als je de foto daarbij gezien zou hebben. Maar net zoals dat verhaal van die Taiwanese zelfmoordenaar, is het maar een fait divers. Misschien moet ik me neerleggen bij het feit dat ik vooral goed ben in het onthouden van faits divers en daar een hobby of specialiteit van maken. Misschien moet ik beloven om hier elke maand een fait divers bij te schrijven. Zo heeft toch iemand er iets aan. En heb ik meteen een titel voor deze tekst: Fait Divers. Of bestaat die al?

3 reacties

Opgeslagen onder ELLE Columns

Welkom!

Eindelijk is mijn blog een feit. Reeds gepubliceerde columns en blogberichten kan je hier lezen. Ook probeer ik op deze pagina’s een overzicht van mijn speelkalender mee te geven, in afwachting van een aangepaste website. Veel plezier en laat gerust een reactie achter.

8 reacties

Opgeslagen onder Allerlei