Ook jij bent zestien geweest. Je stond aan de rand van de dansvloer, te wachten tot die ene jongen je kwam halen voor een slow. Om dan onhandig schuifelend zijn lippen de jouwe te voelen zoeken. En vervolgens – tot schaamte van alle omstaanders – minutenlang te tongzoenen. En maar draaien. Als je zestien bent, mag dat. Als je zestien bent, hoef je je niet te schamen voor openlijke verliefdheid. Hoe ouder je wordt, hoe meer de liefde achter gesloten deuren moet beleefd worden. En laat ons daar in godsnaam blij om zijn. Verliefde mensen zijn irritant. Verliefde mensen zijn ziek. Verliefde mensen zijn egoïstisch, ze zijn blind, ze vertonen abnormaal gedrag, ze zijn onredelijk en je kan niet op hen rekenen. Laat staan dat je er een gesprek mee kan voeren. Ofwel zijn ze afwezig en luisteren ze niet naar je, ofwel betrekken ze alles wat je zegt op hun geliefde. Te midden van jouw klaagzang over je doodzieke moeder, steken ze een verhaal af over hoe hij dit of dat zei en je daar en ginder streelde. Tot overmaat van ramp zijn ze niet langer in staat goede raad te geven of wimpelen ze elk verzoek om leuke avonden met je door te brengen af. Al hun tijd is plotseling opgeslorpt door die ene Ideale Man. Jij weet nu al dat de droomwolk weldra uit elkaar zal spatten, want zoveel romantiek is zelfs in een melige Hollywoodfilm ongeloofwaardig. Toegegeven, hij is niet weinig aantrekkelijk of oninteressant. Maar de perfectie zelve waarvoor jouw beste vriendin hem verslijt, is hij hoegenaamd niet. Terwijl jij eenzaam door je huis dwaalt, valt je oog regelmatig op de telefoon. Hij kan elk moment beginnen rinkelen. De huilende vriendin met gebroken hart aan de andere kant van de lijn. Dat het zal gebeuren, staat vast. De vraag is alleen wanneer. Na een dag lang klusjes organiseren in de buurt van de telefoon, begin je te twijfelen aan de zekerheid van je vermoedens. De liefdesbubbel is nog steeds niet gesprongen. Jouw leven daarentegen, is nog steeds even saai en eenzaam. Je besluit het roer drastisch om te gooien. Alles is maakbaar. Ook jouw geluk. Je begint je huis te reorganiseren, nieuwe kleren te ontdekken in je kleerkast en je besluit eindelijk de stapel ‘nog uit te voeren ideeën’ aan te roeren. Je bent productief. Je zal de wereld eens laten zien wat je allemaal in je mars hebt. Terloops merk je dat je minstens elke vijf minuten de telefoon checkt en op de refresh-button van Facebook drukt. Waarom belt ze niet? Ook al is het om te zeggen dat alles fantastisch is? Dat hij de man van haar leven is? Dat ze overloopt van geluk en jou hetzelfde toewenst? Je baalt. Je begint te eten. Chocoladetaart en zebrakoekjes en Borstbollen. Plots wenste je dat je oma nog leefde zodat je haar een bezoekje kon brengen en je hele leven voor haar op tafel kon leggen. Dat vond ze leuk. Zo lang er maar iemand aan het woord was, was ze tevreden. (Of ze daadwerkelijk luisterde naar je klaagzang, heb je nooit zeker geweten.) Je begint door je adressenlijst te scrollen, op zoek naar andere mensen die aanspraak kunnen maken op de status ‘beste vriendin’. Niemand voldoet aan alle criteria. Je baalt nog meer. Bovendien is al het eten op en durf je niet naar de winkel, uit angst net dat ene, verlossende telefoontje te mislopen. Je hebt de moed niet om haar zelf te bellen. De vrees voor de directe afwijzing is te groot. Luttele seconden na je besluit om haar een mail te sturen, hoor je het signaal van een binnenkomende mail. “Lieve vriendin, sorry voor mijn afwezigheid. Ik wist niet dat het mogelijk was, maar ik ben in de hoogste sferen der verliefdheid. Hij is alles. Hij is meer dan dat. Ik kan het nauwelijks beschrijven, dus zal ik het vooral beleven. Als ik er klaar voor ben, vertel ik je alles. Zie je snel. Kus, Kim.”
Opgeslagen onder ELLE Columns